En al

En al

De zondag.

Gisteren was nietsdoendag, ten huize lief en i.
Fijn was dat, want het was alweer een hele tijd geleden dat we nog een dag gewoon niets hadden gedaan met z’n twee.
Geslapen tot de middag, dat was de eerste belangrijke stap. Daarna zijn we richting Broderie getrokken voor de lunch, alwaar we J. en F. tegen het lijf liepen, die hetzelfde aan het doen waren als ons: rondhangen. We hebben dan een beetje samen rondgehangen, lekker gegeten en het was fijn hen nog eens te zien.
Daarna hebben lief en ik door de stad geslenterd, boekjes gekocht in Popville en koffie gedronken. Om dan naar huis af te zakken, de cocotte op het vuur te pleuren en onderwijl de gekochte boekskes te lezen.
Na het avondeten en Willy’s en Marjetten en een paar uur op café omdat de radiofonie platen moest draaien, behoorlijk vroeg gaan slapen.

Alle zondagen zouden zo moeten zijn, vind ik.

En al

De man.

Daarnet, toen we naar huis reden uit Nederland, liep er een man op de eerste rijstrook op de autostrade, heel rustig. Niet op pechstrook, maar echt vlak naast ons op het rechterrijvak (wij reden op de middenstrook).
Me dunkt dat dit niet het meest lumineuze idee is om uit te voeren op een donkere zaterdagnacht. Als goede burgers hebben we dan maar 101 gebeld, en die zouden een patrouille sturen.

Hopelijk was hij tegen dan nog niet aangereden.

En al

*Zwaai*

Ik zit in Olland ik. Te surfen op het draadloos netwerk van het CC in Helmond. We zitten in de kleine zaal en als dit de kleine zaal is ben ik best benieuwd naar de grote zaal. Want deze is de grootte van een groot cc in la Belgique.

En al

Op avontuur.

Ik heb net een Dr Oetker met (zelf toegevoegde) camembert naar binnen gewerkt, de verwarming staat vollen bak en de gordijnen zijn dicht. Me dunkt een uitstekend moment om het over gisterenavond te hebben.

Omstreeks twee uur ‘s middag vertrokken wij naar Nederlands Brabant alwaar lief zou try-outen voor Cameretten. Lange rit, soundcheck, technische doorloop, wachten, eten, thee drinken, nog wachten en dan een uitstekende voorstelling (de concurrentie is zeer zwaar, het zal een spannende wedstrijd worden). Achteraf waren er nog een paar programmatoren die een klapke wilden doen, we dronken een glas met de theaterdirecteur en blahblah tralalala. Allez, dat het tegen middernacht liep toen we naar huis vertrokken.

Op de autostrade vraagt lief of hij een sigaret mag roken in de auto en ik (als goedhartige en volgzame vrouw) stem toe. Na de sigaret besluit ik echter even flink te verluchten zodat het in de auto een beetje minder naar café ruikt. Ik zoem mijn ruit (aan de passagierskant dus) helemaal naar beneden, wacht vijf seconden en zoem ze weer naar boven.
Althans dat was de bedoeling.

Naar beneden lukte, maar daarna besloot het mechaniekje uitgerekend op dat moment de geest te geven en was de ruit met geen stokken omhoog te krijgen.

Beeld.
Het is half één ‘s nachts. Het regent hard en het waait behoorlijk. Guur herfstweer. Het is donker. Wij staan op de pechstrook langs een onverlichte autostrade terwijl vrachtwagens door de regen en de nacht voorbijrazen.

Gelukkig zijn wij allebei behoorlijk rustig in zo’n situatie. En gelukkig ben ik ook net iets realistischer dan mijn liefste. Zijn eerste idee was: “bwoaf. we gaan gewoon zo met die ruit open naar huis rijden.”
We hebben dat dan maar Plan B. genoemd. Plan A was het zoeken van iets om de ruit (of: het gat) af te stoppen en zo de schade een beetje beperken. En longonstekingen vermijden, dat ook.

Nu weet u dat misschien niet, maar mijn lief heeft een behoorlijk hoog MacGyver-gehalte (let u ook even op hoe ik het al voor de tweede keer over MacGyver heb deze week. Rode draad en al!). Zo heeft hij *altijd* secondenlijm bij. En kan hij op de meest ongelooflijke momenten wasknijpers, paperclips en lakskes tevoorschijn toveren en heeft hij iets met tessaTesa-tape (Lilith, ishku, youri en tomadde weten waar ik het over heb). En zo was er een half uurtje later een scherm gefabriceerd met tape en een beschermhoes van een gitaar die nog in de auto lag rond te slingeren. (Lief: “Eindelijk wordt mijn slordigheid beloond”)

De twee uur die daarop volgden zijn we naar huis gereden terwijl ik dat ding te hele tijd moest tegenhouden, hebben we carglass gebeld en een afspraak gemaakt en hebben we een oplossing gezocht voor het feit dat wij in het centrum van de stad wonen, zonder een garage. Uiteindelijk tegen drie uur stikkapot gaan slapen. Om dan om zeven uur terug op te staan.

Vandaag heeft lief de auto laten maken bij carglass. En ondertussen is hij in Amsterdam voor alweer een try-out, het sukkeltje. Ik hoop dat hij wakker kan blijven op de terugweg naar huis.