Year: 2012

kinderspam

Carpe blahblah insert cliché.

Soms val ik bijna om van bewondering voor de dochter. Ik kan oprecht stinkend jaloers zijn op het leven van een driejarige. Niet de woede-aanvallen, niet de lastige momenten, niet de extremen — want dat moet verdomd lastig zijn. Maar wel: dat onbevangen voluit gaan. In alles en altijd. Hoe ze valt over haar eigen voeten van enthousiasme als ze de kat achternazit. De minutenlange schaterlach als ze blij is. De onbevangenheid van een spel dat ze ter plekke uitvindt. In geval van mijn dochter: meestal iets met dingen in doosjes stoppen.
De immense concentratie, geen oog meer voor iets anders, als ze voor de achttiende keer in dat uur een blad nauwgezet in reepjes knipt.

Soms heeft ze het over herinneringen, of over wat we nog gaan doen. Maar meestal bestaat er geen gisteren en geen morgen bij kleuters. Alles is nu. Alles is eenvoudig. Alles is het moment.

Stikjaloers staar ik naar haar en dan naar mijn to do list. Zij neemt het 19e blad vast en knipt.

projecten

Hof.

Dit huis zit zo diep onder mijn vel, ondertussen, u heeft daar geen gedacht van. Ik zie ons nog altijd staan, hier in de living, duizelig wordend van de psychedelische vloer en de hand schuddend van een gladde immo-man. Zes uur nadat we het voor het eerst hadden gezien. Onze ouders met krop in de keel erbij, wij een beetje onwennig en vooral overrompeld.

Het was liefde op het eerste gezicht, maar met voorbehoud. Er waren evenveel dingen mooi als lelijk aan het huis. En het had geen tuin. Nu, ruim vijf jaar later, kunnen we eindelijk zeggen dat alles hier mooi is. Nog niet afgewerkt, en vaak maagdelijk wit en niet gedecoreerd. Maar wel mooi. We hebben daar keihard aan gewerkt. Wij, onze ouders, andere mensen. Veel voor gespaard. Veel centen aan uitgegeven. Maar content, gasten, content.

Maar dan. De “En het had geen tuin”.

Dit was vorige zomer.

Day 66 - er zijn slechter plaatsen om de avond te zien vallen

Dit is nu.

goeiemorgen, tuin!

Zoals alles bij ons: er is nog veel werk aan, maar we geraken er wel. En content man, content.

kinderspam

Het princiepsdoosje.

In ons gezin heeft iedereen recht op zijn of haar occassioneel drama-momentje. Dat is gezond en eens goed roepen, of een bleiting van tijd tot tijd: ik zou dat elk van u van harte aanraden.
Drama-momentjes worden hier dan ook met de mantel der liefde toegedekt en met sussende woorden vergeven, en tien minuten later is iedereen het vergeten.

Behalve. Deze nacht ben ik om één uur wakker geworden van de tuut die nog steeds in mijn oor zat. Courtesy: het oorverdovend gebrul van het minimonster, om zeven uur die avond. D situatie was precies wat uit de hand gelopen, bij haar drama-momentje.

Het zit zo. In het schof, in de –nieuwe. foto’s volgen nog, echt — badkamer, heb ik een princiepsdoosje.
Eerst was het een gewoon blikken doosje. Roze, met katjes erop. Vroeger zaten er pleisters in, ondertussen speldjes en klein prul dat anders rondslingert in de kast.
Als u op de link heeft geklikt, verstaat u het al: dit is het soort doosjes dat driejarige meisjes met een voorliefde voor roze absoluut het einde vinden. Zo ook de dochter, die het doosje een paar weken geleden vond, en resoluut stelde: ik wil dat doosje hebben.
Pech voor de dochter, want ze had die dag al veel kleine cadeautjes gekregen en net een keer te veel haar zin gehad, dus ik besloot (oh zinsverbijstering) tot een pedagogisch moment. “Neen, Mira, dat is mijn doosje. Jij mag er eens in kijken, maar daarna gaat het terug in de kast, want ik wil het houden.”

Oh boy. Ondertussen heb ik al wekenlang gezeur aan mijn hoofd, elke keer als het schuif opengaat en ze het doosje ziet. Maar ondertussen is het dus een princiepsdoosje geworden: ik heb neen gezegd, dus het blijft neen, en het doosje blijft van mij.
Normaliter legt ze zich bij de feiten neer na een tiental keer vragen en zeuren, maar gisteren was mevrouw-mijn-dochter dus moe. Doodmoe. En we weten allemaal wat kinders die doodmoe zijn doen, nietwaar? Neen? Ik vat het even voor u samen.

We gaan in bad. Iedereen vrolijk. Schof open. Ik wil dat doosje. Neen, dat is mijn doosje. Ik wil dat doosje. Neen, dat is mijn doosje. (herhaal 20x). Krijs. IK WIL DAT DOOSJE. Kind, ge kunt nu verderzeuren en uw pyjama aandoen en gaan slapen, of we kunnen nu gewoon in bad gaan en stoppen met zeuren en dan wordt het voor iedereen leuk. IK GA VERDERZEUREN. Meer gekrijs. Gesjor aan de pyjama om hem zelf aan te doen. Wel ok dan, maar we gaan je wel wassen, dus je gaat even in bad. NEEN. NEEEN. NEEEEEEN. De mini wordt bij mij in bad geplaatst. Gegil in mijn oor. Geweldadig gedrag van haar kant (ik wil niet klikken en kwaadspreken, maar er was dus wel degelijk sprake van fysieke acties en pogingen tot dentale aanvallen op mijn arm), ijzige kalmte van mijn kant (fier op mezelf, jawel). De mini gewassen, terwijl ze zich los probeerde te worstelen en krijste. Afspoelen. Meer gegil. Mini uit bad, handdoek eromheen en zelf rustig terug in bad, met een tierend kind op het stoeltje naast me.

Eens we beneden waren (45 minuten later) is ze kalm geworden. Maar zes uur later had ik dus nog steeds een tuuuut in mijn oor.

Princiepsdoosjes. Begin er niet aan, mensen.

Ja!

Er zijn zo’n van die avonden.

Dat ge, pompaf van een hele dag lesgeven, aan het station staat te wachten op een man met een gitaar. Het schema is strikt en uitgekiend: tot zes uur les, kwart na de muzikant afhalen, half zeven thuis, eten maken, eten opeten en om half acht de gasten. Ha.

En dan is er de nmbs, en een defecte goederentrein in Lokeren. 40 minuten vertraging, een telefoon naar huis en mijn lieve onwettelijke, die al de hele dag alles had opgeruimd en klaargezet en groenten had gesneden “komt gij anders naar huis, ik zal daar gaan wachten, dan kunt gij efkes relaxen en koken en al”. Eerst dacht ik: ja goed idee. En twee minuten later dacht ik: fuck it.

Want iedereen die zou komen die avond ziet ons graag. De meesten weten waar de glazen staan en een aantal kunnen zelfs blindelings een tandenstoker vinden in mijn schof, als dat van doen is. Het is niet alsof die raar zouden kijken als we misschien nog aan het eten zouden zijn als ze aankwamen. En dus werd ik zen.

Het was zo: we waren nog aan het eten. En het was niet erg of raar. Integendeel: de hele avond hing aaneen van de warme gezelligheid die alleen een bende hele fijne mensen kunnen brengen. De beste plaats om te zijn, zo bleek, ook als uw man in een orkaan zit of ge net een herdenking van uw collega hebt gehad.

het was wel beetje donker voor foto's

Hij zong, de man met de gitaar. Bloedmooi, intens, grappig en ontroerend, zoals dat altijd gaat met Het Zesde Metaal. Maar deze keer gewoon op de poef in onze living, met onze stille maten eromheen. Ik luisterde, keek naar al die schone mensen, en slikte een kropke weg. Heerlijke, heerlijke avond.

En al

Krulspelden.

Toen ik een klein meiske was, en mijn ouders uit werken waren, waren wij bij mijn meme en pepe na school. Wij, dat is neef S. en neef T. en ik. Het brandstichtende trio, maar dat verhaal vertel ik u ooit nog wel.

Meme, die maakte vanillepapkes met speculoos tegen dat wij thuiskwamen. Heerlijk zompige speculoos in vanillevla met een vel: de smaken van mijn kindertijd. Als ik dit nu zelf maak (and i do), dan eet ik tot ik misselijk en weer acht ben.

Wij maakten ons huiswerk, speelden in den hof, gaven de konijnen eten. In den hof stonden rozen, azalea’s en stinkerkes. We mochten ze water geven, maar we mochten niet aan de bloemen van de bellekesboom prutsen. En die waren nochtans grappig.
Mijn pepe heeft mij confituur leren maken in de ketel in de keuken beneden, aan den hof. Toen ik vorige maand met de dochter aardbeien tot confituur kookte, en testte of het brouwsel klaar was door een beetje op een bordje te laten stollen, kreeg ik een flashback. Omdat mijn pepe dat altijd deed, op zo’n bordje, en omdat ik dan deed wat de mini nu doet: half afgekoelde confituur van het bord lekken.

Maar ik wilde het niet over confituur hebben. De keren dat ik alleen was bij mijn meme en pepe, zonder de neven, hield ik er van om te prutsen in de badkamer. De schmink vond ik toen al raar ruiken, maar die haarspullen: wild was ik daarvan. Ik probeerde altijd zelf krulspelden in mijn haar te draaien, en spoot heelder pullen Elnett leeg op mijn geïmproviseerde mis-en-plis. De krulspelden waren van metaal, met venijnig haar erop. En ze roken altijd een beetje spesjaal. Mijn meisjeshaar raakte altijd hopeloos verstrikt in de rollers, waardoor ik niet zelden handenvol haar gewoon uit mijn hoofd trok omdat die krengen weigerden los te laten. Want eigenlijk mochten wij niet met de krulspelden spelen, dus ik durfde geen hulp te vragen.

Het is mij nooit gelukt om een weelderige krullend haardos te krijgen, ik moet u dat niet uitleggen. Maar het blijft een stille kinderdroom om het eens te proberen. Klein detail: toen ik dit verlangen gisteren tegen mijnheer mijn verloofde vertelde, lachte hij mij keihard uit. En hij beweert dat zo’n krullen echt dagenlang blijven zitten. Terwijl ik er altijd van uitging dat het van “niet goed, kop onder de kraan en niks meer van te zien” was. De ctrl+z van de coiffure als het ware. Geef mij eens gelijk, mensen?

Enfin. Ik kan daar nog lang omheen draaien, interwebs, maar we weten natuurlijk allemaal waar dit op naartoe. Is er iemand in de zaal die krulspelden heeft, zo’n dingen kan en mijn haar eens wil komen indraaien, zodat ik het leer? En ja. Ge krijgt allemaal voor en na foto’s te zien, dat is evident.