Kerygma

Alles van waarde is weerloos

Ik ben een paar jaar geleden gestopt met schuldgevoel, en sindsdien gaat alles beter.

21 May 2013 over leven

Vrees niet, jonge mensen. Ik weet dat jullie het stuk van Sofie hebben gelezen, op haar blog, of op de Knack of op de media die het daarna nog hebben overgenomen. Ze heeft gelijk, natuurlijk, zoals haar leven nu in elkaar zit, en ik ken de situatie bij hen behoorlijk goed zelfs. We hebben daar al wel eens over gepraat, zij en ik, en ik ken haar bezorgdheden. De keuzes die jonge mensen moeten maken zijn ook niet van de poes, en kiezen is per definitie delen in deze.
Maar ik wil toch efkes schrijven. Niet om oneer te doen aan haar verhaal, want er zijn veel mensen die hiermee worstelen, maar om ook te tonen dat het iets is waar ge uiteindelijk in groeit. Ge maakt keuzes, zoekt evenwicht en uiteindelijk vindt ge dat. Want kiezen, en dus delen, is niet per definitie verliezen. Integendeel.

Ik schrijf dit ook omdat het niet zo erg is als alles niet perfect loopt zoals ge het in uw hoofd hadt op uw twintigste. Of op uw dertigste. En omdat ik wat droevig word van jonge mensen die door ons aller angsten over de keuzes en problemen die een gezin meebrengt zeggen dat ze niet weten of ze nog wel kindjes willen. Want dat het niet te doen is, als ge het zo leest.

Vreest niet, jonge mensen. Want volwassen zijn, en een kindje hebben, dat brengt natuurlijk bepaalde uitdagingen mee. Maar het is vooral ook leuk, en schoon en het gezinsleven is ook zo zwaar als ge het zelf maakt.
Als ge denkt dat ge er klaar voor zijt: sluit uw ogen en spring, doe uw best, maar voel u niet schuldig of slecht als het niet allemaal lukt.
Morgen is er weer een dag, en dat kan een leutige zijn of een mindere. En daarna komt er nog eentje. En dan weer.

Het heeft bij mij jaren geduurd voor ik zover was, maar echt: niet te veel eisen van uzelf, dat is de beste beslissing die ge kunt nemen. En het besef dat schuldgevoel alleen lastig is voor uzelf, en iedereen waarvoor ge schuldgevoelens hebt daar absoluut niks aan heeft.

Maar u bent natuurlijk op zoek naar praktische tips over hoe u ook zo’n vrolijk, monter en onbezorgd gezinsleven kunt hebben. Ik versta dat, dus daarmee dat ik schrijf.

1. Een vrolijk, monter en onbezorgd gezinsleven bestaat niet.
Er bestaat een relatief rustig en kabbelend gezinsleven met mensen die al eens kunnen lachen en waarbij de dramamomenten overbrugd kunnen worden. Als u dat heeft, dan bent u de eerste van de klas. Echt, het wordt niet beter dan dat. En dat is niet erg, want ge wordt daar heel gelukkig van.

2. Werkliefde beats Locatie beats Tijd beats Geld.
Ik doe mijn job doodgraag en ga zelden tegen mijn zin werken. Dat komt deels en ook omdat ik werk waar ik woon. Eens ge een gezin hebt is tijd wat ge het meeste tekort hebt. In Gent werken is daarom de belangrijkste beslissing die ik ooit heb genomen, om het leven leefbaar te houden.
Als mijn droomjob in Brussel was, dan zou ik in Brussel wonen. Op lange lesdagen begin ik om 8.15h met mijn eerste les, en eindigt de laatste om 17.45h. Als ik daar twee keer een extra uur verplaatsing bij zou nemen, dan heb ik geen leven meer. Ik verdien een pak minder dan in mijn vorige job, maar dat stoort mij niet. Of nauwelijks. Tijd is belangrijker dan geld, voor mij.

3. Steun en uitbesteding zijn geen schande.
Wij hebben het geluk om aan beide kanten op de grootouders te kunnen steunen, zeer hard. Mijn ouders vullen met de glimlach elk gat in onze agenda op, mijn schoonouders springen in als mijn ouders niet kunnen. We profiteren daar niet van, en ik ben ervan overtuigd dat ze dat voelen. Ik vraag zelden om op de kleine te passen voor zaken die niet werkgerelateerd zijn, omdat ik gewoon niet zoveel niet-werkgerelateerde dingen doe. Daarover later meer.
Ik voel mij daar niet schuldig over, omdat het win-win-win is: wij kunnen met een gerust hart en volle focus ons werk doen, de kleine wordt fantastisch gesoigneerd, én de grootouders zijn zot van het kind en hebben haar graag bij zich. Win-win-win.

Verder doen wij niet graag van huishouden, dus hebben wij twee keer per week een poetshulp, die ook strijkt en de ruimte heeft om dingen te doen die ik vervelend vind, zoals bedden verschonen. Ik zie mensen soms met hun ogen rollen als ik dat zeg, maar ik schaam mij daar niet over. Er was een tijd dat ik geen poetshulp had — Lang geleden. De eerste zes maanden dat ik alleen woonde, denk ik. Ik was de allereerste in mijn hele vriendenkring die iemand betaalde om dingen te doen die ik liever niet zelf doe. En daar is dus niks verkeerd mee, ik vond dat al heel snel de investering meer dan waard. Want dat kost wat geld, maar opnieuw: zie verder.

Eerst kwam de hulp eens om de 14 dagen. Toen kreeg ik een kind en kwam ze wekelijks. En toen ging het lief nog meer werken, werd ik vervelend omdat ik meer moest huishouden en sindsdien komt ze twee keer per week. Soms kijken mensen dan wat raar, en pakweg vijf jaar geleden zou ik het gevoel gehad hebben dat ik faalde in mijn huishoudcapaciteiten, maar daar doe ik niet meer aan mee.

Net zoals ik mij ook niet meer schuldig voel als mijn mama mijn huis opruimt of een strijk doet (al zal ik het nog steeds zelden zelf vragen om zoiets te doen). Net zoals ik het absoluut niet erg vind als mijn papa mijn huis helpt verbouwen. Of mijn schoonmama mijn terras heeft geschuurd terwijl ze oppast. Geen schuldgevoel, ik geniet gewoon en zeg: danku, dat is heel lief dat ge dat doet, en ik heb dat graag. Ik meen dat ook oprecht. En neen, dat is niet profiteren. Ouders helpen hun kinderen graag, en ik zou hetzelfde doen voor mijn kinderen. En als onze ouders hulp nodig hebben, dan zijn wij er ook, altijd.

4. Kies (of ook: alle zie-verders hierboven)
Ik zou liegen als ik zou zeggen dat ik niks heb opgegeven voor mijn kleine en Het Gezin. In mijn geval: ik ga bijna niet meer uit, ik koop bijna niks meer en ik heb geen hobby’s buitenshuis. Ik ga om de twee weken naar het voetbal, met mijn papa, maar voor de rest blijf ik thuis, voornamelijk. Op weekendavonden, en heel vaak in de week ook, is mijn lief uit werken, en dan werk ik thuis. Ik steek het kind in bed, en ik bereid mijn lessen voor, lees papers, corrigeer en doe ander schoolwerk tot elf of twaalf uur. En dan ga ik slapen. Ik kijk nauwelijks TV, lees geen boeken meer en sport niet. Dat lukt niet meer, en ik vind dat een kleine opoffering voor wat in de plaats komt: tijd overdag om met de belangrijke dingen bezig te zijn. De kleine, mijn lief, mijn familie en vrienden.

Er zijn ook zaken waarvoor ik standaard pas, tenzij het echt vlotjes uitkomt zonder geregel. Zo doe ik geen nieuwjaarsrecepties, geen werketentjes voor pensioenen, geen avondvergaderingen, geen extra-curriculumdingen met de collega’s. Hoe gezellig dat soms ook kan zijn, ik doe dat gewoon net niet graag genoeg om daar zaken voor te regelen. Weekendjes weg met vriendinnen, zijn nog zo’n voorbeeld, zij het dat ik dat wel veel liever doe dan werkdingen. Ik geniet daar enorm van als het eens lukt, maar meestal ben ik al moe als ik denk aan al het geregel alleen al. Babysit, mijn werkritme dat verstoord is, achteraf werk inhalen, te weinig slaap en daardoor een week moe. Als het dus past: zeer graag. Maar ik wring mij niet in 1000 bochten. Want dat moet niet meer van mezelf.

Dat van nauwelijks nog iets kopen heeft in sé niks met gierigheid te maken. Ik had gewoon op een bepaald moment genoeg, een beetje zoals bij haar (zie dit artikel). Gewonnen: tijd, een gerust gemoed, geld. Om drie uur extra poetshulp per week te betalen, bijvoorbeeld. MWOEHA!





Die kleine verrassingen maken het helemaal de moeite waard.

17 May 2013 over projecten

We hebben onze hof, mensen. Helemaal getekend en officieel. Meneer de tuinaanlegger heeft gisteren en vandaag al superveel werk verzet: er werd een oude (niet meer gebruikte) (wel leeggespoelde) beerput dichtgegooid, zavel werd afgegraven, terras werd uitgebroken, goeie grond en stabilizé werden aangevoerd en opengelegd. En een immens netwerk van afwatering (regen, wasmachine, dakgoot) en verluchting (kelder) werd vernieuwd. Om 16h vanavond zwaaide S. Goed weekend en begon ik te hopen op zon, zodat alles goed uitdroogt en er volgende week een terras kan gelegd worden. Blij man, blij, ik moet u dat niet zeggen.

Om 17.30h droeg ik een bak vol overbodig keukengerief de keldertrap af (kelder= uitgesteld containerpark. ge kent het principe ongetwijfeld) en stapte beneden met mijn teenslipper in een diepe plas. Water. Veel.
Nu is er in onze kelder sowieso een kleine issue met grondwater als het veel regent, en een paar kleine plasjes. Er is het incident geweest met iemand (misschien ik, maar ik zal dat publieklijk steeds ontkennen) die in een overijverige bui de kelder stofvrij ging maken met een staalborstel en daarbij _misschien_ een deel van de maak-uw-kelder-waterdicht-coating heeft mee afgeschuurd. Kan iedereen overkomen. (Net als die krassen op de koepel. Wist ik veel dat ge die niet met een schuurspons moogt propermaken alsof gij dat wist, dat plexiglas krast stop met mij verwijten te maken.)
Enfin. De kelder is niet droogdroog. Bygones. Mijn lief gaat dat oplossen, de komende maanden.

Maar ge hebt niet droogdroog en ge hebt vijf centimeter water en modderslijk. Geloof mij: dat is een wereld van verschil. Het is best spannend, want ik heb net 13 emmers vuil water geschept en naar boven gezeuld, en nu wacht ik af of er morgen weer water is.
Als het over is, dan ga ik het gebeuren negeren. Als het terugkomt, dan moeten er oorzaken gezocht worden. Maar waarschijnlijk is het water van de lege beerput (toch rap zo’n 1000l) een stuk langs de kelder weggelopen doen die werd gedempt. Dat is de huidige gok, ge moogt duimen dat het dat was.

Dat soort toestanden zijn de leuke onverwachte extra’s die bij verbouwingen horen. Iedereen met een oud huis knikt nu grijnzend en denkt aan pakweg die keer dat een steunbalk rot bleek te zijn, er vocht in de muren zat of de vorige eigenaar zijn steenpuin in de tuin had begraven.

Iedereen met een nieuwbouw: kom binnen 30 jaar eens terug, dan praten we keer.

Maar de echte verrassing van vandaag is dat ik op geen enkel moment ook maar een spatje stress heb ervaren. Ik heb de powertools omhoog gezet zodat ze niet nat kunnen worden en heb vervolgens een boterhammetje gegeten met mijn kleine. Dan eens gebeld naar het lief (“hoe lang geleden zijt gij in de kelder geweest? Ah dan zal het van de werken zijn hé”), een telefoontje naar mijn ouders (“De kelder is nat. Ja jom, dat was verschieten.”) en naar de tuinaanlegger (“gewoon efkes luisteren of er geen buis kapot is gegaan ofzo. Neenneen, ik ben niet in paniek hoor, dat geraakt wel opgelost.”). Toen de dochter in haar bed zat het hozen gestart, met rubberlaarzen aan. En nu een douche en morgen een nieuwe dag.

Verbouwingszen. Na zes jaar heb ik het eindelijk te pakken.





De luie spaghetti to end all luie spaghetti.

16 May 2013 over what's cooking?

Er zijn zo van die dagen dat ik mezelf overtref in de keuken. Soms is dat smaaksgewijs, maar soms heb ik gewoon geniale ideeën die mijn (en uw) leven aangenamer maken. Zoals vandaag.

Ik ben examens aan het opstellen, leg stagebezoeken af en doe een heleboel administratief werk. Eigenlijk weinig tijd om te koken dus. Bovendien was de man van huis en moest er dus eten voorzien worden voor anderhalve eter: mezelf en de mini. Ik vind dat altijd wat moeilijk, en het wordt (ondanks ons pseudovegetarisme waar ik binnenkort eens over ga schrijven) vaak een stukje vlees, en groenten en patatten.

Toen ik vanmiddag efkes in de frigo keek, had ik een geniale ingeving. Letterlijk 3 minuten werk aan, en een half uur sudderen. I AM SUCH A GENIUS.

Nodig: een blik tomatenconcassee. Pasta. Een pakketje om minestrone van te maken, bijvoorbeeld deze lekkere van delhaize, die wij in huis hadden. Verse groenten, fijngesneden, is dat. Er zit daar ook tomatenpuree bij, en normaal maakt ge daar dus soep mee. Tenzij ge geniaal zijt.

Doen: Olijfolie in pan, groenten erbij. Kruiden (ik deed pimenton, spaghettikruiden, peper, zout). 2 minuten laten sudderen. Tomatenpuree erbij, en tomatenconcassee. Beetje water. Gaar laten worden op een zacht vuur.
Pasta koken, saus erover, kaas erbij. Eten.

Het is graag gedaan.





Oh puh-lease.

15 May 2013 over ergert u zo niet!

Iemand heeft vandaag LOL tegen mij gezegd. In een gesprek. Een echtelevengesprek met gesproken taal, stem en twee mensen aanwezig. Allez, een gesprek dat we zeggen.

Ik dacht ik moet dit even delen. En ook: please don’t do that again. Ever.





Het spoor.

11 May 2013 over mira

Als het huis stil is, en de avond valt voor mij alleen, dan volg ik de sporen van onze dag samen. De resten van haar liggen doorheen het hele huis.

Er is een eettafel vol kleine plasjes water en een ijsblokplastiekding met drie bakjes gesmolten verdriet. De rest is leeg, en ik zie haar geconcentreerd drankjes bereiden voor ons twee. Water van het ene glas in het andere gietend, roerend met het chinese eetstokje dat ik opraap van de grond. Nog een ijsblokje mama? graag lieveke.

Op de salontafel liggen de stiften uitgestrooid. Behalve de groene, die staan op het aanrecht in een beker. Ze houdt niet van groen, de laatste week. De groene stiften mogen dus niet meer meespelen (de groene stickers en de groene blokken evenmin, trouwens) en worden in quarantaine geplaatst. Zelfs op haar hand tekent ze tegenwoordig enkel paars.

Onder de tafel staat een bord, met daarop scherpsel. Ik herinner me vaag een uitleg over een chronisch tekort aan scherpe punten. Ik was net koffie aan het zetten toen.

Ik veeg de kruimels van het browniesnijden weg, plaats een terrasplant weer buiten (ze had het koud, die arme bloem) en vis een deken uit een kartonnen doos. Dat was een bed voor de kat. Die werkte niet goed mee, jammer genoeg, en ik moet lachen bij de gedachte aan het drama dat daarop volgde. Achter de zetel staat trouwens een kom kattenbrokken verstopt. Ik weet dat, want boogie gaat daar liever eten vanavond, dan aan zijn gewone eetbak.

Ze slaapt boven. De slaap van een onschuldig kind, vermoeid van een dag spelen en haar moeder tegenspreken.

Ik laat een paar blokken liggen, zodat haar vader straks ook de sporen ziet.





Waarom u dat Innesto-plan misschien toch eens moet lezen.

6 May 2013 over ergert u zo niet!

Politiek is een mediacircus geworden. Dat de fundamenten van uw visie geen aandacht krijgen, is niet erg, zolang ge maar met uw hoofd op de lichtbak kunt. Ik dacht het, deze week, toen Meneer Wouter Beke in Terzake kwam uitleggen wat er nu precies bedoeld werd met die “zomervakantie van 9 naar 6 weken” uit het Innesto-denktankplan. Want ik heb de voorstellen gelezen, allemaal, en het overgrote deel getuigt van een heel kindvriendelijke visie. En ik kan mij dan ook niet van de indruk ontdoen dat

De duur van de zomervakantie inkorten van negen tot zes weken. Sterke zowel als minder sterke leerlingen hebben baat bij iets minder lang weg te blijven van de schoolbanken. De eerste groep mist uitdagingen. De tweede loopt een grote achterstand op tijdens de vakantie. Daarnaast schept een kortere zomervakantie ook meer ademruimte in de loop van het schooljaar (bv. voor stageperiodes, leerzorg, sport, extra verlofdagen tijdens het jaar).

de bijna spreekwoordelijke knuppel in het hoenderhok is, die media-aandacht moet opleveren. Mission accomplished, alleszins. En voorspelbaar dat het zou lukken, ook. Maar zo, zo, zo jammer. (Lees meer …)





1 mei.

1 May 2013 over coo-hool

U gaat dat misschien wat raar vinden, maar ik vier dat, 1 mei. Mijn linksigheid is daar niet vreemd aan, ik ben mij daarvan bewust, maar ik vind het ook gewoon een hele schone feestdag, zowat de enige die niet met het katholieke gedinges te maken heeft. 1 mei, dat is mooi weer. Dat is rood dragen, omdat rood ongeremd is en dat past bij de flamboyante uitbarsting van de japanse kerselaars in de straten. Het is ook herdenken dat er ooit mensen zijn die gevochten hebben om ervoor te zorgen dat we maar acht uur per dag moeten werken. Ik ben die mensen dankbaar.
Het is ook de dag van de toespraken, waar heel vaak dingen inzitten over sociaal engagement en bewogenheid die mij laten knikken. Het is op straat rondhangen, in een rode stad en koffie drinken met mensen die ge tegenkomt.

Vandaag was zelfs een bijzondere 1 mei, want Onze Vooruit was jarig. En dus trok ik mezelf en de dochter een rood kleedje aan en gingen we bootje varen. We klommen tot op het dak van de Vooruit, dansten in de concertzaal en keken filmpjes in de theaterzaal. Ik stopte het dochterhoofd vol verhalen over de stad en deelde een ijsje met haar, wachtend op de boot terug.

Topmiddag. Was elke dag maar 1 mei.





We zijn allemaal blij, ja.

29 April 2013 over coo-hool,projecten

IK GA MIJN LAARSJES AANDOEN HEEEE MAMA!

Ze rende naar binnen, sjorde haar gummylaarzen aan, en rende naar buiten. Waarna ze in de modderplas sprong die ik net had gemaakt.

De modderplas kwam omdat ik het terras had gepoetst.
Het terras was vuil van het bouwstof.
Dat bouwstof kwam door dit.

Nen hof, zo heet dat.

Wij zijn allemaal blij, hier. Bijna een echte hof, zeg.





Het drama (dat er geen was) (of toch maar een beetje).

28 April 2013 over mira

Ze fietste weg, uitgelaten enthousiast, lachend. Ik nam afscheid van het nog steeds babyvierend volk in het park en keek terloops of ze niet naar de straat fietste. En toen opeens viel ze, terwijl ik keek.

Het is vreemd hoe je meteen kunt inschatten hoe ernstig de situatie is. Soms valt een kleuter, maar door de manier waarop zie je meteen dat het een val is die in een grijns zal eindigen. En dus praat je gewoon verder en roept vanop afstand: “alles ok, zoetje? Stelt u maar recht.”

Ze viel en ik liet alles vallen. Tassen en jassen die ik in het park had verzameld werden gegooid waar ze terechtkwamen en ik rende naar haar toe. Het lief, die 20 meter verder ook afscheid aan het nemen was arriveerde vijf seconden nadien.

We hielpen haar recht. Inspecteerden de schade, die misschien nog meeviel. Een elleboogschaafwonde. MIJN HAAAAAND. Een lelijke kiezelsteentjestarmakwonde in de muis van haar hand. Ik hapte naar adem. Een vierkante centimeter slechts, maar dat bloed aan mijn kind: dat is een stomp in mijn maag.

Ze werd getroost en luid gillend naar huis gedragen. Alwaar we verzorging en ontsmetting en plakkers deden. Het kindje voor tv werd gezet, met knuffel, om wat te kalmeren. Ze huilde nog steeds. En hield haar arm nog steeds krampachtig omhoog.

Wij natuurlijk wat ongerust. De mini weigerde resoluut haar arm te plooien want dat deed pijn. GRUWELIJKE PIJN, als we haar drama moesten geloven.
Wanneer beslis je naar spoed te rijden om foto’s te laten nemen?

Best niet te snel, zo blijkt. Want een kwartier later was ze wat afgeleid en deed de poes iets grappig. Ze lachte, ik vroeg haar te zwaaien naar de poes, en ze zwaaide.

Met de arm van de gruwelijke pijn. Die er niet is als ge met de kat aan het lachen zijt, blijkbaar.





Martha maakt boekjes.

23 April 2013 over coo-hool

Ik kreeg een boekje van Martha.
Martha is mijn collega, getalenteerd en gedreven. Ik zeg dat, want ik zie dat. En ik merk het ook aan de studenten als ze met hen praat. Ik kijk daar graag naar.
Ze is bijna niet ouder dan hen. Voorzekers de piepjongste collega die ik ooit heb gehad.

Ze werd geboren toen ik Sandra Kim playbackte op mijn kamer, voor de spiegel en met een roze vestje. Want Sandra had een roze vestje.
Dat was ook het jaar dat ik voor het eerst verliefd werd, op Johnny. Ik was Baby in het diepst van mijn gedachten, toen, overtuigd dat ik ook de lift zou kunnen, ooit. No one puts Baby in the corner.

We stonden ooit te praten na een lastige vergaderdag, Martha en ik, op een receptie. Blokjes kaas, wat witte wijn en vooral mini-salami als zalf voor vermoeide hoofden. We hadden het over reizen, en ik vertelde over de droom van de west coast.

En dus kreeg ik een boekje, zomaar opeens, gisteren. Over die reis en hoe zij hem hebben gemaakt. Ik heb daar zo hard om moeten lachen, gisterenavond, in mijn bad.

Daarmee dat ik het u vertel. Zo kent u haar ook. Als ze later groot en beroemd wordt, zal u dan denken: ha ja, ik heb daar al eens over gelezen bij i., over Martha. Als dat geen schoon vooruitzicht is, dan weet ik het ook niet meer.





Volgende Pagina »