Kerygma

Alles van waarde is weerloos

Over kleur.

8 February 2010 over leven

Een paar maand geleden hadden we nog zitten grijnzen voor televisie, met een aflevering van een VTM-programma waar onze buurt werd getoond. Grijnzen omdat we het wel konden relativeren: het opzet van zo’n programma is immers contrast tonen. Er was sprake van een Wilde Weldoener (die vanzelfsprekend als een luxebeest werd getoond) die in een arme wijk werd gedropt en daar alle miserie te zien kreeg die achter de dunne muren van arbeidersgevels placht te bestaan. Voor het contrast werd de hele wijk afgeschilderd als een drugsnest waar gewone mensen niet durven buitenkomen omdat ze om de haverklap overvallen worden. Voor het gemak werd ook even gedaan alsof wij ons huis hier allemaal met kolen verwarmen en buiten naar het toilet moeten. Een toilet zonder stromend water, dat spreekt.

We waren ietwat beledigd op sommige momenten: toen men ons “achtergesteld” en “verloederd” noemde. Of toen één van de buurtkindjes die we toevallig kennen door de voice-over een straatkind werd genoemd. Ah ja, dachten we. Ze moeten televisie maken en het is en blijft VTM, natuurlijk.

En toen was het een paar maand later en was onze buurt weer onderwerp van een reportage: Canvas, deze keer. In het kwaliteitsvolle Terzake, waar men van Ernstige Journalistiek doet.

Na afloop zaten mijn lief en ik wat verslagen in de zetel. Hij keek naar mij, ik keek naar hem en we zwegen allebei. We waren er stil van geworden, van deze Ernstige Journalistiek. Of we in dezelfde buurt woonden als ze daar getoond hebben, vroegen we ons af. Of we blind zijn dat we die dingen zo scherp niet zien. We kwamen tot de conclusie dat we misschien beter zien dan sommige andere mensen, dan sommige niet-bewoners. Beter zien, omdat we ook voorbij het karikaturale beeld durven kijken dat in deze reportage werd geschetst.

Lees verder op Gentblogt.





Newsletter – maand 6

7 February 2010 over mira

Lieve Mira

wat ben je ziek, schat. Dat is het enige zinnetje waarmee ik deze maand kan samenvatten. Je was namelijk al twee weken verkouden toen ik de vorige nieuwsbrief schreef, en je bent nu nog steeds niet genezen. Acht weken, dat is lang, lieveke. Bijna een derde van je leven buiten mijn buik, om precies te zijn. Het begon met een banale verkoudheid, er kwam er nog één bovenop, het bleef aanslepen, werd erger, beter en dan weer erger. Je nam siroop, je kreeg neusspray, je aerosolde en pufte. Ik goot liters fysiologisch water in je neus, je rook elke ochtend naar eucalyptus — kudoos to the suppositoirs — en ik moest zelfs zalf in je oogjes doen, want ook daar had je een ontsteking te pakken. Je vindt het overigens allemaal even onaangenaam, die medicatie, dus ik heb je veel zien huilen deze maand.
En toen kreeg je een dubbele oorontsteking, helemaal cadeau als extraatje. We probeerden de koorts te drukken met perdolan en junifen, en je krijgt nu ook antibiotica sinds een paar dagen. Je kreeg nog een tand bij, weigerde te eten, sliep slecht en piepte als een oud manneke dat vijftig jaar lang groene michels aan de lopende band heeft gerookt. Dat alles zorgt ervoor dat mijn maand eigenlijk gewoon was: proberen je erbovenop te helpen. Ik hield je vast en wiegde als het weer even niet ging. Deed manisch enthousiast over je groentenpap, maakte flesjes aan de lopende band om je toch wat te laten drinken. We probeerden bekers, lepels, tuitbekers. Ik nam tien keer per dag je temperatuur op, leerde tapoteren om je pijn te verzachten en liep de dokters deur plat. Ik nam je elke dag mee naar de kine, hield met argusogen je gedrag in de gaten en stond nacht na nacht naast je bedje bij elke kuch en elke kreun. Overdag nam ik examens af en dacht de hele dag aan jou. Je vader werkte harder dan ooit tevoren en probeerde te helpen waar het kon, maar het kon niet zo veel. En dus reed ik van hot naar her, troostte en zorgde, wiegde en droogde traantjes. Ik ben zo moe, lieve Mira. En jij bent zo moe van al dat ziek zijn.

Ik heb nieuwe grenzen leren kennen aan mijn emoties. Machteloosheid en wanhoop zoals ik ze nooit eerder heb gevoeld. Ik kijk naar je, terwijl je ligt te slapen en zachtjes zucht omdat dat gemakkelijker is dan gewoon ademen, en het enige dat ik kan doen is hardnekkig mijn tranen verbijten en keihard hopen dat je beter wordt. Ik hang aaneen van de schuldgevoelens, tijdens die nachten naast jouw bedje. Wat als ik langer was thuisgebleven, was je dan gezond gebleven? Wat als ik flinker was geweest en langer borstvoeding had gegeven, was je immuniteit dan beter geweest? Als ik een week eerder naar de kine was gegaan (ik heb het even moeten uitstellen, de examens), was je dan misschien al genezen geweest? Het vreet, mijn lieve kind.

En toch. Het is niet allemaal kommer en kwel. Sinds een dag of wat lijkt het beter te gaan. De koorts is gezakt onder de 38°, je eet weer een beetje. Er is hoop. En wat meer is: je bent –ook tijdens het ziek zijn de hele tijd bijzonder charmant gebleven. Je hebt de kunst onder de knie om met je schattigheid een hele kamer direct voor je te winnen. Gewoon door geconcentreerd en breed lachend een stuk speelgoed op een tafel te slaan. Je hebt een streepje voor natuurlijk, bij de mensen: je bent immers bloedmooi en je blauwe kijkers worden omzoomd door de langste wimpers die ik ooit heb gezien. We worden daar op straat en in de winkel op aangesproken, zelfs. Mensen staan stil, kijken naar je, en gillen verrukt: wat! heeft! ze! lange! wimpers! Vervolgens lach je breed naar hen en dan gillen ze nog verrukter: oh! en! ze! lacht! zo! schoon!
Ik hou mijn hart vast voor de dag dat je ontdekt dat dergelijk gedrag chocolade of koeken kan opleveren. Of dat je je realiseert dat grote mensen eigenlijk werken met een afstandsbediening en dat jouw ogen en lach de knopjes bedienen. You will be a little puppetmaster, ik voel het al komen.

Ons avondritueel heeft ondertussen een vaste vorm gekregen en het moment dat voorafgaat aan het badderen en crèmekes smeren en pyjama’s aandoen is het mooiste moment van de hele dag. Ik neem je op de arm en draag je sesamstraatzingend naar boven. Ik leg je midden op het grote bed en doe de rolluiken naar beneden. En dan gebeurt het allergrappigste dat ik ooit heb gezien. Al sinds je heel klein bent kom ik namelijk altijd even bij jou liggen en spelen en kriebelen we. Een paar maand geleden ben je begonnen met hard te lachen, te schateren als we zo spelen. En sinds een paar weken lig je al heel luid te gillen, lachen en te zwaaien met je armen en benen van zodra ik je neerleg. Pure anticipatie. Als ik naar het bed toekom en alleen nog maar zeg “moh, hier ligt een babieken op mijn bed, ziet da nu” dan begin je zo hard te schateren dat de hele wereld en alle miserie even verdwijnt. Dat moment, Lieve Mira, zo zou het altijd mogen blijven. Op dat moment ben ik perfect gelukkig.

zoen,

je mama.

Maand 1Maand 2Maand 3Maand 4Maand 5





Duivel.

6 February 2010 over coo-hool

Dus. Ik sta in den Delhaize gistervoormiddag en ik heb net inkopen gedaan om uitgebreid te koken: vis en pesto, en risottorijst en koriander en chocoladetaart-dingen…the works. En ik denk: bwaah, we gaan ne keer zot doen, ik koop gewoon een fles wijn voor erbij. Wij drinken namelijk bijna nooit, hier thuis. Als we uitgaan wel, maar dat is ook al efkes geleden.

(Binnenkort is het trouwens feestje van Gentblogt, en in tegenstelling tot wat sommigen aanraden ben ik niet van plan limonade te drinken dan. Cola wel. Maar dan vooral van het soort met rietsuiker, limoen en nog vanalles eronder gemengeld. Ge komt toch meedoen, mag ik hopen?)

Mijn lief, die wil echter geen witte wijn. Iets met hoofdpijn en andere plantrekkerij. Dus vraag ik aan de meneer van den Delhaize om een rode wijn aan te raden die bij vis past en hij antwoordt: “aha, maar dan heb ik iets heel goed voor u. Iets Chileens”. De fles die hij vervolgens voor mijn ogen zwaait, gooit me met een schok vijf jaar terug in de tijd. Want het is precies die wijn die wij altijd dronken op de eerste reis die lief en ik samen maakten. Ik zat op slag weer tussen de woestijnduinen pecan-en-dulce-de-leche-taart te eten. John had weer een baard, hij en lief lieten zich Hans Worst en Piet Uitdebroek noemen door de Peruanen en ik huurde een hippe Amerikaanse oldtimer om in stijl van ica naar pisco te rijden, ter gelegenheid van Piet U. zijn verjaardag. Ik nam het besluit dat als de baby groot genoeg is om het te beseffen dat we terug gaan naar Zuid-Amerika, daar in den Delhaize.

Allemaal dankzij een fles Casillero Del Diablo.





Kom jipke, kom.

4 February 2010 over vriendjes

Het zijn spannende tijden, hier. De gsm ligt constant binnen handbereik en om de zoveel check ik de online-status van de familie moestuinstraat. Als ik te lang niets hoor, dan bel ik. Soms krijg ik niemand aan de lijn, en dan maakt mijn hart een sprongetje. En als ik haar dan toch hoor is het altijd een beetje een zucht van teleurstelling. Dan blijf ik trouwens met opzet lang doorbabbelen, want vorige keer was er ook een gesprek tussen twee weeën door, de snoodaards.

Want ik word dus wel meter, peoples. Binnen — euhm — zeven dagen geleden eigenlijk.
De peter polst af en toe facebooks- en mailsgewijs, dus ook hij zit op even hete kolen. Mijn geboortecadeautje deel 1 ligt klaar, deel 2 staat op standby om als het zover is afgewerkt te worden. Ik heb een meisjesnaam én een jongensnaam.

Ik ben er klaar voor Jip. Ge moogt echt komen nu.





Eerst.

3 February 2010 over mira

Een kind krijgen, dat is bijna een aaneenschakeling van eerste keren. Het begint bij de zwangerschap al: de eerste keer dat uw BH niet meer past (confronterend), de eerste keer dat ge baby voelt bewegen (verwarrend), de eerste wee (oh, ge herkent dat trouwens, ook al hadt ge van tevoren gedacht van niet). En dan de eerste keer vasthouden, de eerste keer in bad, de eerste keer iets volgen, de eerste keer lachen, de eerste keer hoofd opheffen, de eerste keer rollen, de eerste keer zitten, de eerste fles, de eerste keer groenten, de eerste keer fruit, de eerste keer soep (vandaag!). Maar ook: de eerste keer keihard met het hoofd tegen de grond gaan wegens dat zitten is toch nog niet je dat (vorige week) , de eerste keer zichzelf en slaapzak volledig onderkakken in het midden van de nacht (bij voorkeur doen als alle reserve-pyjama’s in de was zitten — zoals vandenacht, jawel) en de eerste keer serieus ziek zijn (acht weken and counting). You win soms and you lose soms, als ouder.

Gisteren was een leuke eerste keer: ik had tegen saskia-van-de-creche laten vallen dat ik dacht binnenkort vlees te beginnen, aangezien Mira niet goed aankomt en vlees is extra eiwit en dat is goed. Gisterenavond reden we naar huis, en bij het rood licht keek ik even in haar schrift en daar stond “flink gegeten, aardappelen + wortel + tomaat + kalkoen”. Ik was er efkes van gepakt zowaar en gilde naar het kind in de maxicosi naast me op de passagierzetel: HEB JIJ VLEESJE GEGETEN?

Waarop de baby breed lachte, luidop kraaide en met haar armpjes zwaaide. Het heeft blijkbaar gesmaakt, denk ik dan. Of ze heeft graag dat ik overenthousiast gil tegen haar voor het rood licht, dat kan ook.

Maar wat ik wilde vragen: wat was uw leukste baby-eerste eigenlijk? En de ergste?





Ziezozie.

2 February 2010 over coo-hool

Ik ben klaar met examens verbeteren. Jawel. Het is nog maar dinsdag en ik ben al klaar, ik kan het bijna zelf niet geloven, want mijn zelf opgelegde deadline lag op vrijdag. Dat betekent een zee van vrije tijd, de komende dagen: twee dagen met de dochter thuis, een babybezoek aan de materniteit, een paar kine-beurten met de dochter en de lessen voorbereiden voor volgende week. That’s all.

Maar nu eerst naar de lichtbak gapen (Gili in de Laatste show, straks!) en slapen.





Mijlpaal.

1 February 2010 over coo-hool

Gisteren hebben wij voor het eerst sinds de dochter er is avondeten gegeten terwijl ze nog wakker was. Om half zeven zeg, dus niet zoals gewoonlijk om negen uur. We waren precies normale mensen.

Dat komt omdat (a) de baby haar huiluur definitief heeft afgeschaft, (b) ze nu aan tafel bij ons kan zitten in haar stoel en dat bijzonder fijn vindt — gelijk een groot meiske é en (c) mijn onwettige uitzonderlijk thuis was, en dat voor acht uur.
Ik kreeg zowaar een glimp te zien van hoe het leven zal zijn binnen een paar weken, als hij vroeger en vaker thuis is, en ik moet zeggen: het beviel mij wel.





Die keer dat wij ons dochter achterlieten, het schaap.

29 January 2010 over mira

Vanavond was het test-case tijd hier ten huize. Ik wilde namelijk graag donderdag naar de opname van ZVDZ gaan, maar dan moet ik rond zes uur in Gent vertrekken. Omdat het in Brussel te doen is, en dus niet vlakbij om terug te keren én omdat zowel mijn ouders als mijn schoonouders ook gaan die dag (dus geen hulplijn in de buurt), was het plan om een babysit te nemen en van tevoren eens te proberen. Marijke zou komen, en vandaag hebben we dus de test gedaan. Marijke om half zeven naar hier gekomen, wij in de buurt gaan eten, met de gsm op standby. Rond half elf terug naar huis en daar vertelde Marijke dat de dochter de hele tijd heeft geweend, van zodra we wegwaren. Ze heeft een klein beetje gedronken, en is dan uiteindelijk in slaap gevallen. Marijke vond het vooral ambetant voor Mira en ons, ik vond het vooral vervelend voor Marijke.

Conclusie van het verhaal: (1) Mira is blijkbaar nog te klein om zich door iemand anders van avondritueel te laten voorzien (2) donderdag geen opname voor mij, (3) we hopen dat er nog iemand op ons kind wil komen passen, later (4) uitjes beginnen de komende maanden ten vroegste om half negen, als baby in bed zit en (5) binnen een paar weken/maand proberen we opnieuw. Want ze gaat het toch moeten leren, de dochter. Het is even uitstel maar geen afstel, want deze moeder moet af en toe eens na zonsondergang buitenkunnen, jawel.

Hoe ging dat bij u, trouwens, dat babysitgedoe? Vanaf wanneer? En ging het meteen goed?





Weet ge wat ik grappig vind?

29 January 2010 over coo-hool

De eerste keer dat iemand dat bij mij deed, heb ik de auto langs de kant moeten zetten. Omdat ik zo geschrokken was, maar vooral omdat ik gigantisch de slappe lach had. Als ge het probeert: wel een beetje opletten dat ge het niet doet als het druk is op de baan. Een woonwijk zonder verkeer is ideaal.

Dus. Ge zit als passagier naast een bestuurder. Die stopt aan een kruispunt en maakt dan aanstalten om over te steken/af te draaien. Op dat moment roept gij keihard “RECHTS OK!”.

Dat is het. En op papier lijkt het bijzonder flauw, maar de beste grapjes zijn eenvoudig. Probeer het vooral.





Elke.

28 January 2010 over leven

Eén.
Het is in de tijd dat zij en ik elkaar nog niet zo lang kennen. Hoe gaat dat, zo’n dingen: ge zijt allebei rappe examenmakers, en dan zit ge in de gang te babbelen terwijl ge wacht op uw klasvriendinnen die altijd zo lang moeten nadenken, blijkbaar. En dan blijkt ge na een tijdje dezelfde interesses te hebben (op café zitten, onnozel doen, sigaretten roken waar ge niet moogt roken, dat soort dingen — we zijn 17, vergeef het ons). Het lijkt alsof ik Elke niet zo lang na Lien heb leren kennen. Alleszins haar verhaal, en af en toe — bij hun thuis — ook Elke zelf. Op een dag komt Lien breed grijnzend op school. Dat haar zuske weer een stoot had gedaan, de dag ervoor. Ze stond ’s ochtends te wachten op haar bus naar school. En toen stopte er een andere bus, en er stapten allemaal kinders op. Het zag er gezellig uit, dus Elke was meegegaan op uitstap met die klas. Het had even geduurd voor de leerkrachten doorhadden dat er een leerling bijzat die niet van hen was. Iedereen was tegen dan al doodongerust, maar Elke is dat jaar toch fijn twee keer op schoolreis geweest. Ha.

Twee.
Lien en Peter trouwen. Ik hou lien gezelschap, die geheel volgens allerhande trouwtradities, bij haar ouders gaat slapen de nacht voordien. Lief slaapt bij Peter, en samen zullen ’s ochtends in zijn stoer gepimpte auto naar Eeklo rijden op de wedding party op te halen. Elke heeft het lastig, die avond. De Grote Dag die komt, het zorgt voor nogal wat stress die nacht.
De volgende dag op de trouwerij zelf is ze bij momenten zo bij de pinken dat mijn hart ervan breekt. Soms wist ze zo goed dat ze anders was en dat daarom voor haar alles anders zou zijn in het leven.

Drie
Een grijze dag in de stad. Ik krijg een sms: Elke is in Gent, en ze is een beetje onrustig. We gaan uitwaaien op de Graslei.

Lien en elke

Vier
Ik sta in het examenlokaal en Lien belt. Dat ze me even moet storen. Een fractie van een seconde ben ik in de war, want ik had ander nieuws verwacht. En dan is alles stil.

Het ga je goed, Elke. Alles gaat door, dat is waar. Maar ge zult niet gemakkelijk vergeten worden.





Volgende Pagina »